Het is alweer ruim 15 jaar geleden dat ik van werkkring veranderde. Dat ging toen niet helemaal vrijwillig, maar toch ben ik mijn toenmalige werkgever dankbaar. Voor de ervaring die ik daar mocht opdoen, en ook dat ik dankzij dat vertrek zelfstandige werd.
Eén aspect van dat vertrek kwam onlangs weer boven borrelen. Bij ons vertrok een werknemer, en de vraag was hoe het afscheid met de collega’s zou gebeuren. Ik maakte er een punt van bij mijn echtgenote, tevens zakelijk partner, dat die keus aan de vertrekkende werknemer zou zijn. Want “ruim 15 jaar geleden kreeg ik niet de gelegenheid van iedereen afscheid te nemen”.
Hoe zat dat: ik zat met een paar collega’s op een kleine vestiging. Op een regiokantoor zaten adviseurs (fiscalisten, juristen etc.) die we bij gelegenheid inschakelden voor klanten en daar dan mee samenwerkten. Toen het moment van afscheid nemen naderde, belde ik mijn regiodirecteur. Ik wist dat de adviseurs op maandagmorgen altijd een vergadering hadden. Mijn idee was om voorafgaand aan de vergadering even binnen te lopen, iedereen een hand & een lekkere koek te geven, en weer te vertrekken. Maar dat vond de regiodirecteur “niet nodig”.
En nu, bij het vertrek van onze werknemer, hoor ik mijzelf tegen echtgenote zeggen: “Ik weet niet meer wat ik toen dacht, of ik verbaast was, of boos”. Om 2 tellen later te zeggen: “Ik weet het al weer. Het was boosheid. Woede eigenlijk, want het komt nu nog weer naar boven”.
Tja. Gek hè. Zo heb je er 15 jaar geen last van, en zo gaat de bloeddruk er weer van stijgen. Dit is dan ook meteen een tip voor werkgevers / HR-managers: wees een beetje vriendelijk voor de toekomstige ex-werknemer.








Geef een reactie