Fred zit met zijn gezinnetje in Parijs. Echtgenote Roelie heeft een aanbieding voor drie dagen Euro Disney ontdekt en de kids Noortje en Anne waren het daar natuurlijk meteen mee eens. “Oke,” had Fred gezegd “maar dan ook drie dagen Parijs.” Roelie vond het prima en Noortje, 13 jaar, dacht natuurlijk meteen aan shoppen. Anne van 10 had er nog weinig voorstelling bij, die protesteerde ook niet.
Dus nu zittn ze in hotel Diamante ergens tussen Parijs en Disney in. De eerste dag naar Parijs, eerst de bus, dan de trein, tenslotte de metro. Als Hollander een heel gezoek. Het Louvre van binnen gezien, de fonteinen van Stravinsky en het Centre de Georges Pompidou van buiten. “Hoezo shoppen” dacht Fred met een grijns, “cultuur zullen ze krijgen.”
Het hotel biedt een gratis shuttleservice aan naar Disneyland. De eerste dag met een wat oudere Renault Master personenbus op de heenweg. Voor de terugweg moeten ze wat lang wachten (drie kwartier!), de bus is iets luxer: een nagenoeg nieuwe VW Transporter met lederen bekleding. De rijstijl is niet veranderd: meest op de linker van de drie banen en op de klaverbladen moeten ze zich behoorlijk vast houden. Fred is zelf ook een stevige rijder, maar in zo’n auto terwijl hij niet het stuur in handen heeft….. dit is hem net iets te stevig.
Op de tweede dag wachten Fred met zijn gezin en nog een stel met kinderen op vertrek. “Le shuttle?” vraagt een man die Fred van de eerste dag herkent. De groep loopt hem achterna en Fred ziet tot zijn verbazing een Peugeot 508. Daar passen ze natuurlijk nooit in met zijn achten. “Bonjour” klinkt het achter hun. Een andere Fransoos staat met geopende portieren bij een Lexus, een hybride blijkt later. “Het vervoer wordt in ieder geval beter” zegt Roelie tegen haar man. Ook binnen straalt hun de luxe tegemoet. Leder, automaat, navigatie, you name it. Fred is altijd een voorstander geweest van compacte en vooral lichte auto’s maar dit zet hem toch aan het denken. Hoe duur zou zoiets nou tweedehands zijn?
Als ze even op weg zijn vraagt de chauffeur “You speak French?”. Fred reageert wat verbouwereerd. “Euh, a little bit, I’m better in English”. De chauffeur lacht maar doet er verder het zwijgen toe. Wel begint hij al rijdend te zoeken in papieren, kennelijk op zoek naar een telefoonnummer. Het geluid van de lijn loopt over de speakers en Fred zijn Frans is dan wel niet zo goed maar hij merkt wel dat American Express aan de andere kant van de lijn is. Uit de flarden van het gesprek begrijpt Fred dat er heel veel getallen uitgewisseld worden. “soixante-quattre…quarante-sept…” Het lijkt er op dat zaken dubbel afgeschreven zijn. Dat zal allemaal wel maar dit vindt Fred helemaal géén goed idee. Een grote envelop, 5, 6, verschillende kassabonnetjes en een verbinding die nog eens een keer wegvalt en ondertussen maar zenuwachtig van rijbanen wisselen. Hé, moet hij die afslag niet hebben?
Alain du Toulon staat die ochtend om zes uur op. Hij heeft een drukke dag voor de boeg. Een aantal vergaderingen maar ook moet hij een probleem voor zijn pa oplossen. Die is in Nancy onvoorzichtig met zijn creditcard geweest en nu wordt dubbel afgeschreven en verschijnen onbekende afschrijvingen. Alain’s père heeft het zelf geprobeerd maar die is er niet uit gekomen.
Voor die tijd moet hij bovendien een paar toeristen naar Euro Disney rijden voor zijn broer Jacques, die een taxibedrijfje heeft. Zijn werknemer is ziek geworden en nu zit Jacques ook met een probleem. “Dat is prima” had Alain gezegd, “maar dan wel in mijn eigen auto. Je moet niet denken dat ik in zo’n busje wil rijden”. “Oké” had Jacques geantwoord, “dan ga ik ook in mijn eigen auto”.
En zo staan Alain met zijn Lexus en Jacques met zijn Peugeot voor de lobby van hotel Diamante. Jacques haalt de toeristen op en Alain ziet het hele gezelschap naar de Peugeot lopen. Dachten die stomme buitenlanders soms dat ze daar met zijn achten in moesten? “Hallo” riep Alain. Ja hoor, ze begrepen het. Een van de gezinnen met een puberdochter en een iets jonger kind wat waarschijnlijk een jongen was kwam naar hem toe. De vrouw zei wat tegen de man, zo te horen zijn het Nederlanders.
Eenmaal onderweg bedenkt Alain een methode om wat tijd in te halen. “You speak French?” vraagt hij aan de man. Die antwoordt dat hij maar een beetje Frans spreekt en dat zijn Engels beter is. Dat is mooi, een gesprek met American Express kan hij dan waarschijnlijk niet volgen. Even zoeken naar dat telefoonnummer…
Tien minuten hangt hij al aan de lijn, die kerel aan de andere kant begrijpt hem niet of wil hem niet begrijpen. Het verkeer is ook al aan de drukke kant, hij moet steeds van baan wisselen omdat een of andere pierrot voortsukkelt. O verrek, die afslag moet hij hebben!
Alain stuurt de Lexus met een ruk naar rechts. Ondanks alle elektronische veiligheidssystemen raakt de wagen onbestuurbaar. “Merde!” roept Alain en stuurt tegen. “Nee!” schreeuwt Fred terwijl de voorkant de vangrail raakt. Roelie en de kinderen beginnen te gillen, de auto wordt gelanceerd over de vangrail heen en tolt over de kop weer richting de snelweg. Ruiten die breken, gekrijs, schurend metaal over het asfalt, toeterende auto’s en dan is het stil…. Alleen uit de luidsprekers klinkt “hallo, hallo?”
Noortje heeft geluk, ze zat op de achterbank en heeft behalve wat schrammen slechts een gekneusde schouder. Met haar 13 jaar mag ze een extra beentje voor zetten, want de rest van de familie ligt behoorlijk in de lappenmand. Meerdere botbreuken en Anne, overigens een meisje die vaak kwajongen speelt, moet een nier missen. Voor haar leven werd zelfs nog even gevreesd. En Alain? Die heeft het nooit meer druk. Jacques en zijn vader hebben hem drie dagen na het ongeluk begraven.
Autorijden en telefoneren, ja, lekker handig.









Geef een reactie