Ouwe knarren, jonge karren – Bij de supermarkt

De oude man zie ik voor het eerst achterin de supermarkt, maar daar valt hij niet echt op. Net als ikzelf ook wel eens doe kijkt hij om zich heen. Ik ga verder mijn karretje vullen.

Dan kom ik hem tegen bij de groente en fruit. Hij staat wat aarzelend bij de weegschaal, ik kan hem nu wat meer in mij opnemen. Leeftijden schatten is nooit mijn sterkste punt geweest, maar hij moet ruim in de zeventig, misschien wel tachtig zijn. Ondanks zijn leeftijd een heertje: geruit colbertje aan, stropdas voor, de witte haren netjes in de plooi. Een jongedame, begin dertig, helpt de man met de keuze op de weegschaal. De blik in de ogen van de man kan ik niet goed peilen. Aan de ene kant mat, starend, aan de andere kant “hier sta ik”.

Bij de kassa kom ik niet alleen de oude man maar ook de vrouw tegen. Ook hier valt mij het hulpvaardige karakter van de vrouw op. Ze helpt de boodschappen op de band te zetten en als ze een tros bananen in de hand heeft zegt ze “Hé, hier zit geen stickertje op, ik ga wel even terug om dat te doen”. Ik vraag mij af wat de relatie tussen beide is. Zou zij de hulp in de huishouding zijn, een hulpvaardige buurvrouw, de mantelzorgster?

Alsof de duvel er mee speelt, ook bij de parkeerautomaat, eerder op deze plek besproken, staan de twee voor mij. Duidelijk is weer dat de man er niet goed uitkomt en de vrouw hem helpt. Het is een automaat die geen contant geld slikt, dat is voor de man kennelijk een probleem. “Ik zal het wel even doen” zegt de vrouw. “Geef het kaartje maar.” Een bankpas wordt in de automaat gestopt en het parkeergeld wordt gechipt. “Ik heb het nu betaald” zegt de dame, “het is goed zo, ik hoef het geld niet terug”. Maar daar blijkt het karakter van de man, hij moet en zal zijn eigen parkeergeld betalen. De juiste munten uit zijn portemonnee halen is ook een probleem, de vrouw moet het zelf pakken. “Dat is 20, 40, 50 cent.” Ondertussen werpt ze mij een enigszins wanhopige blik toe. Merkwaardig, denk ik eerst nog, maar dan blijkt, ze horen helemaal niet bij elkaar! De grijsaard wil direct naar links weglopen, maar komt daar een glasplaat tegen. Zo aarzelend als hij loopt, knalt hij er niet tegenop maar kan voortijdig door zijn tijdelijke hulp gecorrigeerd worden. “Nee, daar kunt u niet langs, dat is glas”.

“Gut, gaat die man alleen in de auto??? Hum, hij is hier natuurlijk ook gekomen, maar ik zit er liever niet naast geloof ik” zo overpeins ik het schouwspel terwijl de hulp zelf haar kaartje afrekent en ik dat ook doe. Terwijl ik naar mijn auto loop vermoed ik ook nu nog niet van de man af te zijn. He, wat staat daar nou, een Aston Martin? Die zie je niet zo vaak in Juinen! En, en… wie zit achter dat stuur… die grijze …?!?! Ik ben nog niet bekomen van mijn verbazing als de motor van de Aston met een woeste brul wordt gestart. Evenzo abrupt valt het geluid van de motor weer terug tot het rustige, aarzelende niveau van de man zelf.

Ik stap in mijn eigen auto die een paar vakken verderop staat. Als ik wegrijd tuft de man met zijn sportwagen uiteraard vlak voor mij uit. Ik kom door een controlelampje tot de ontdekking dat ik mijn kofferbak niet goed dicht heb gedaan maar verwacht, terecht, voor de slagbomen bij de uitrit van de parkeerplaats nog wel assistentie te moeten verrichten. Inderdaad, voor de slagbomen, maar niet direct in de buurt van de bediening, komt de Aston tot stilstand. Ik stap uit en ga eerst mijn kofferbak goed dichtgooien. En wie staat er achter mij: de hulpvaardige buurvrouw. “Meneer, meneer, helpt u hem even, anders komt het niet goed”. “Ja”, antwoord ik, “dat had ik al door”. Ondertussen is de Aston niet van zijn plek gekomen. Wel staat het portier iets open. Ik loop er naar toe, het raam is ook geopend. De oude baas lijkt uit te willen stappen maar ik zeg “zal ik even helpen”. Dat lijkt hij wel goed te vinden, ik krijg het kaartje van hem en stop het in de automaat. De slagbomen gaan omhoog. “Kijk” zeg ik. “nu kunt u uitrijden”. De man rijdt weg, tot mijn verbijstering blijft de autodeur op een kier staan. Ik stap ook in mijn auto en rijd achter hem aan. Hij slaat rechtsaf waardoor het geopende portier uit beeld verdwijnt. Als ik weer achter hem sta zie ik tot mijn opluchting dat het portier weer dicht is. Nog een poosje rijdt hij voor mij, harder dan 25 gaat hij niet.

Nou ja, het is een 30-km zone.

Geef een reactie

Ik ben Johannes

Welkom op mijn persoonlijke blog. Bedoeld als betere plek voor Autoweek-blogs heeft deze plek zich ontwikkelt tot een persoonlijke uitlaatklep.

Waar kan je mij nog meer vinden

Ontdek meer van Johannes Prakken

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder