De officier van justitie, Joost Plooy, een dertiger met een ietwat studentikoos koppie, begon met zijn verhaal. “De gedaagde, Martin Onno de Vries, heeft op 14 augustus van dit jaar, rijdende op de A16 de daar geldende maximum snelheid van 130 kilometer per uur overschreven met niet minder dan 110 kilometer. Omdat het niet de eerste keer is dat de heer De Vries wegens een forse overschrijding van de maximum snelheid een schikking zou krijgen hebben wij dit laten voorkomen.”
Wat een gezeur dacht Martin. Ja, hij reed wel eens vaker te hard. Meestal kreeg hij dan een acceptgiro uit Leeuwarden, waarom kon dat nu niet? Zijn gedachten dwaalden af naar de 14e augustus. Hij schoot lekker op, daar op die A16. Hij moest natuurlijk wel met lichtsignalen werken en een enkele keer had zo’n pipo nog niks in de gaten, kwam de toeter er ook nog aan te pas. Ha, 240 km/h, dan hadden ze niet goed opgelet. Hij had op piekmomenten wel 290 op de teller gehad!
Martin de Vries, Mo voor zijn vrienden, was succesvol als makelaar. De tijden waren nu wat minder maar Martin maalde daar niet om. Andere makelaars hadden wel problemen maar die sukkels hadden in de goede tijd de vaste kosten veel te hoog gemaakt. Een werknemer voor de inkoop van de kantoorartikelen en een voor de organisatie van de personeelsavonden, dat werk. En natuurlijk op de duurste kantoorlocaties, Prins Hendrikkade in Amsterdam en Westplein in Rotterdam bijvoorbeeld. Nee, dan had Martin het beter voor elkaar. Hij zat gewoon in Utrecht, wel centraal maar voor een fractie van die zogenaamde grote jongens. En eigenlijk, zijn auto was zijn kantoor en als dat niet zo was, zat hij wel bij een klant aan tafel.
Zo had hij leuk kunnen leven en ook nog wat geld aan zijn hobby, auto’s, uit kunnen geven. Maar het grote geld was pas later gekomen. Nu het wat rustiger was had hij zich eens verdiept in beleggen. En wat bleek: zo handig als hij in de makelaardij was, zo goed was hij in beleggen. Hij had onlangs de turbo’s ontdekt, man, dat ging helemaal fantastisch! Daar had hij dus die Corvette van kunnen kopen.
Martin’s aandacht werd weer naar het verhaal van de officier van justitie getrokken. “Omdat uit de geschiedenis van de verkeersovertredingen van de heer De Vries blijkt dat het hem kennelijk niet zoveel uitmaakt, vraag ik een boete van € 5.000 op te leggen en 6 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid”. Oei, dat was toch wel fors. Nou ja, het was een eis en meestal viel het lager uit. Maar even afwachten.
De rechter, Aleida Dittrich, nam het woord. “Als ik dat zo hoor klinkt het niet zo fraai meneer De Vries”. Die rechter was een vlotte dame, ook in de dertig maar verder in alles een tegenpool van de officier van justitie. Lang krullend haar, los gedragen, heel wat anders dan hij had verwacht. Martin, altijd vrijgezel geweest maar succesvol bij de dames zo vond hij zelf, vroeg zich af of hij zijn charmes hier ook ten goede kon aanwenden. “Vertelt u eens” ging ze verder, “Hoe is dat nou zo gekomen. U weet toch dat u niet zo hard mag rijden?”
“Nou ja” begon Martin, “Ik heb het druk met centjes verdienen en als ik dan niet werk wil ik er natuurlijk ook een beetje van genieten begrijpt u. En als je zo’n prachtige auto als die Corvette van mij hebt dan moet je er ook gebruik van maken, vindt u niet” Hij grijnsde op zijn allerliefst, het ontging hem volkomen dat dit bij de rechter niet echt lekker viel. “Dus u vindt het geen probleem om met 240 km/h over die snelweg te gaan terwijl anderen daar tussen de 80 en 130 km/h rijden?” probeerde de magistrate nog. “Nee hoor, waarom zou ik. Ik weet heel goed wat ik doe en in 20 jaar heb ik nog geen paaltje geraakt” reageerde Martin luchtig. Wat een gezeur dacht Aleida Dittrich. Ze was gewoon niet te veel te laten blijken hoe ze over de mensen dacht maar met deze flapdrol had ze het toch wat moeilijk. En nog zo’n zeurstem ook, net Henk Westbroek. “Wilt u daar nog iets aan toevoegen?” vroeg ze vriendelijk. “Ja, het is wel erg lastig hoor, als ik geen auto zou mogen rijden. Zou dat een beetje minder mogen? ” Dan nog liever een hogere boete dacht Martin.

“Goed, meneer Plooy, meneer De Vries. Ik denk dat ik wel voldoende weet. Normaal is de uitspraak over een aantal weken maar in dit geval kan ik wel meteen vonnis wijzen. Bent u daar beiden mee akkoord?” Ze glimlachte er bij, waardoor Martin dacht dat het wel goed zat. Plooy, die mevrouw Dittrich al langer kende dan vandaag, had wel door hoe de vork in de steel zat. En dus stemden beiden er mee in.
“Ik ben tot de conclusie gekomen dat uw gedrag door geldboetes niet echt verandert. Als ik het rijtje langsloop: maart 2008, 39 km te hard, € 257 boete. Juli 2008, 45 km te hard, € 340 boete. Maart 2009, 58 km te hard, € 550 boete, Oktober 2010, 48 km te hard, € 500 boete, dan is mijn conclusie dat u geen haar bent veranderd.
Geldboetes helpen kennelijk niet. Ik ga dan ook niet mee in de eis van de Officier van Justitie. Ik ben van mening dat u uw auto zodanig gebruikt hebt dat het als wapen gekwalificeerd kan worden. Een vervolging wegens poging tot doodslag zou dan ik meer op zijn plaats vinden, u zou zeker een gevangenisstraf krijgen. Dat nu, kan ik in dit geval niet doen. Wat ik wel kan doen is uw auto verbeurd verklaren. “
“Mijn vonnis luidt als volgt:
Vast staat dat de gedraging is gepleegd. Dat blijkt uit de aangeleverde gedragsgegevens en uit de van de gedraging gemaakte foto.
In de wet is bepaald dat een ieder zich zodanig dient te gedragen dat verkeersongevallen voorkomen dienen te worden. De heer Martin Onno de Vries heeft door zijn gedraging artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 overtreden. Hij heeft geen feiten en of omstandigheden aangevoerd die leiden tot het oordeel dat de gedraging niet is gepleegd of die reden geven tot het matigen van de sanctie.
De straffen die aan de heer De Vries worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De heer De Vries heeft door zijn gedraging het risico genomen dat een ernstig verkeersongeval zou ontstaan. Vast staat dat door het grote snelheidsverschil de andere weggebruikers de stuipen op het lijf is gejaagd, sommigen ondervinden daar nu nog de gevolgen van. Vast staat ook dat de heer De Vries hier ter zitting geen enkel berouw toont en ook daarom is een flinke straf op zijn plaats.
Hoewel de officier van justitie dit niet heeft gevorderd zal ik toch de in beslag genomen auto, merk Chevrolet, type Corvette, verbeurd verklaren.
Ook leg ik de heer De Vries een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uur, waarbij de Stichting Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan.
Tenslotte ontzeg ik de heer De Vries de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 3 jaren.”
De glimlach was allang van Martin’s gezicht verdwenen. Naarmate het vonnis vorderde was zijn gezicht steeds witter geworden. “Maar…maar….. die Corvette kost ruim anderhalve ton” roept Martin. “€ 165.995 meneer De Vries, ik heb het even nagekeken. Maar hij is een jaar oud, zo veel is deze niet meer waard. Maar hier zult u het meer moeten doen. Goedendag meneer de Vries, meneer Plooy.”









Geef een reactie