Vaak zit het mee, soms zit het tegen

Die eerste auto….

Niet alleen mijn rijbewijs is door mijn ouders betaald, ik kreeg ook een bijdrage voor de aanschaf van de eerste auto. Na het behalen van het rijbewijs was het dan ook niet de vraag wanneer ik mij een auto zou kunnen veroorloven maar vooral welke nemen we. We schrijven 1985, ik ben dan 19 jaar. Ik moet er bij zeggen dat ik voor mijn werk ook een auto nodig had, maar toch, het was een luxe positie.

Hoewel ik open stond voor alle auto’s bleek een chique grijze Deux-chevaux Charleston mij toch iets te basic en een kanariegele Toyota Sportswagon uit 1976 had al iets te veel roestblaasjes. Dan: in de krant een vijf jaar oude Renault 18, wel een behoorlijk aantal kilometers (160.000) maar slechts 5.000 gulden, terwijl deze nieuw bijna 20.000 gulden heeft gekost.

Renault R18 American

We waren het snel eens met de vertegenwoordiger die zijn eigen auto te koop aan had geboden. Negentien jaar en zo trots als een pauw. De metallic blauwe Renault 18 GTL van 1980 glimt mij tegemoet. Ook nu nog kan ik lyrisch worden als ik denk aan het comfort dat de auto mij schonk. Ook de uitstraling van het interieur was fantastisch: velours bekleding en zacht aanvoelend dashboard. Dat ik daar in mocht rijden!

En rijden deed ik. Zoals gewoonlijk zat het meestal mee, maar soms ook tegen. Laat ik het dan maar niet hebben over de roestduivel. Daar kon ik de fabrikant tenminste nog de schuld van geven. Nee, het waren mijn eigen stuurmanskunsten waardoor het nog wel eens tegen zat.

Het was een mooie winterse zaterdag. Het had al een poos gesneeuwd, op zowel mijn auto als die van broer H. lag zeker 20 centimeter. “Ga je mee, dan gaan we de sneeuw eraf rijden” riep broerlief. “Prima!” riep ik enthousiast. Dus reed ik achter hem aan de weg op. Maar oei, wat was het glad. De eerste bocht kwamen we nog goed door maar vervolgens op een recht stuk, ondanks hooguit 40 km/h, begon de auto te slippen, tolde ik 2 keer rond en schoot ik met de achterkant de sloot in…. boem tegen een boom aan. G. kwam terug en riep eerst nog guitig “Ha bermtoerist” maar schrok toch bij de aanblik van de gekreukelde achterkant. Dat zat dus tegen. Wat mee zat, mijn broer is nogal handig. Een aantal plaatdelen kon van de sloop gehaald worden, een beetje lassen, popnagelen, plamuren en spuiten. Het zag er weer bijna recht uit, de kleur was wel enigszins afwijkend, wat donkerder. Het had mij in ieder geval geen kapitaal gekost.

Ford Taunus

En zo kon ik verder rijden. Met iets minder bravoure, dat wel. Toch ging het een aantal maanden later weer mis. Ik had net getankt, zou de weg oprijden maar door een stoepbord werd een grote dode hoek gevormd en…. boem boorde een lichtbruine Ford Taunus zich in mijn linker voorspatbord. Daar stapte een meneer uit, boos roepend “Kun je niet uitkijken knaap!” In de auto had ik, de almachtige aanroepend, met de vuist op het stuur geslagen, maar eenmaal uit de auto besloot ik meteen vriendelijk aan te bieden samen de schadeformulieren in te vullen, wat de man deed kalmeren. Ook die dag zat het dus tegen. Wat mee zat, het spatbord was toch al dusdanig roestig dat deze vervangen moesten worden. Aangezien sloopauto’s doorgaans ofwel aan de voorkant in elkaar zitten dan wel op die plek ook roest hebben, kwam er een nieuw spatbord op. Zelf betaald, dat wel.

Om met drie kleuren te rijden, dat vond ik toch ook niet wat. Ik besloot dan ook de auto maar volledig in de donkerder kleur metallic blauw te laten spuiten. Voorafgaand aan het spuiten nog wel bloed, zweet en tranen in het schuren en plamuren gestopt maar zo had ik toch een auto die er zo goed als nieuw uitzag. Totdat…. 

Voor mijn werk moest ik naar een interne cursus. Drie collega’s gingen mee en ik mocht rijden. Van het noorden van het land reisden we naar de Jaarbeurs. Dat verkeer rond Utrecht was toch wel erg druk. Op de afslag voor de Jaarbeurs stond het plotseling stil en of ik nu te weinig afstand had of dat ik te gezellig aan het praten was met mijn collega’s weet ik eerlijk gezegd niet meer. Wat ik wel weet dat een Mazda 1300 plotseling akelig snel dichtbij kwam en…. boem deed de voorkant van mijn auto tegen de achterkant van de Mazda 1300. De achterkant van de Mazda was ontzet en ik was een motorkap, grille en koplamp verder. Dat viel dus tegen. Wat mee viel, we konden gewoon verder rijden. Ik mijmerde tegen mijn collega’s nog iets over standaard verplichte ABS op auto’s maar dat werd begroet met een “Je kunt natuurlijk ook gewoon afstand houden en op tijd remmen” Ja, oké….

Hoewel de Renault weer rijklaar gemaakt werd kwam er voor mij toch een einde aan het bezit. Het was goed gegaan met mijn carrière en in anderhalf jaar tijd had ik genoeg opzij kunnen zetten om zelf een andere auto te kopen. Dat werd een Fiat Uno, de eerste van drie op een rij. Die Fiat had als overeenkomst met mijn blauwmetallic Renault dat hij onderaan in de lijstjes qua betrouwbaarheid stond en ook de roestgevoeligheid kwam wel aardig overeen. Verder was het natuurlijk een volstrekte tegenpool, een stadskart tegenover een ware limousine.

Bij de inruil kon ik goede zaken doen: na anderhalf jaar kon ik nog 4.000 gulden krijgen en had dus slechts 1.000 afgeschreven. En welbeschouwd, driemaal de auto in de kreukels maar zelf geen schrammetje opgelopen! Zat het al met al toch nog mee.

Geef een reactie

Ik ben Johannes

Welkom op mijn persoonlijke blog. Bedoeld als betere plek voor Autoweek-blogs heeft deze plek zich ontwikkelt tot een persoonlijke uitlaatklep.

Waar kan je mij nog meer vinden

Ontdek meer van Johannes Prakken

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder