Mijn moeder, bijna 90 jaar, woont nog zelfstandig. Op het platteland. Haar sterkste eigenschap is eigenzinnigheid. De boodschappen doet ze op de fiets, de winkel is zo’n 3 kilometer verder. Het gazon, toch een paar honderd vierkante meter, maait ze zelf. Als ze het nodig vindt gaat ze de ladder op om de dakgoot schoon te maken. Tot vorige week donderdag.
Om half acht gaat de telefoon. Mijn neef. Moeder is aangereden door een auto terwijl ze de kliko aan de straat zette. Zijn moeder (mijn zus) en mijn broer die dichterbij wonen zijn al onderweg. Mijn besluit is ook snel gemaakt, ik ga ook die kant op, hoewel ik geen flauw idee heb hoe erg het is. Met af en toe hoogst illegale snelheid (op de snelweg) leg ik de ruim 20 kilometer af. Onderweg hoor ik via mobiel dat het “niet best” lijkt, maar moeder ligt al in de ambulance en staat op het punt naar het UMCG in Groningen gebracht te worden. De straat is afgezet, behalve mijn broer en zus en zwager tref ik ook de man die haar aangereden heeft. Ik heb mijn camera meegenomen maar het enige dat nog tastbaar aan het ongeluk herinnert is een plas bloed waar ik bijna misselijk van wordt. De ambulance is al weg. Later zal blijken dat ze donkerblauwe kleding droeg en het was nog donker / schemerig op het tijdstip van het ongeluk. Ondanks de heroïsche inleiding heeft moeder wel wat gebreken: ze is hardhorend en het gezichtsvermogen is ook met bril matig. Bovendien heeft ze die bril niet op en het hoorapparaat niet in. Dus voor zowel bestuurder als moeder moet het een volslagen verrassing zijn geweest. We zijn het er allemaal over eens dat de beste man er ook niets aan kan doen maar onze eerste zorg gaat natuurlijk uit naar moeder. Dus wij gaan ook naar het UMCG waar mijn andere broer en twee schoonzussen zich later bij ons voegen.
Die donderdag doen we weinig anders dan wachten en praten. En met moeder gaat het niet goed. De auto was een iets oudere Caddy, met een naar buiten stekende laadruimte. Ze is als het ware tegen de auto aangelopen. De spiegel van die auto was er af, maar het ergste is gekomen doordat ze met haar hoofd tegen de bagageruimte is aangekomen. Er zijn botbreuken: een paar ribben, sleutelbeen, jukbeen wat er afschuwelijk uit ziet. Het ergste, er is hersenletsel maar hoeveel is onduidelijk, daar wachten we vooral de hele dag op. Uitsluitsel komt er niet, vrijdag opnieuw testen.
Vrijdag brengt ons wat de meeste mensen vrezen: op prikkels wordt te weinig gereageerd en het “medische besluit” is stoppen met de actieve, op herstel gerichte behandeling. De beademing wordt gestopt en nog diezelfde avond komt ze te overlijden.
Dat is het dan. We zijn jaren bang geweest dat ze fietsend, niet altijd even koersvast, ongelukkig terecht zou komen. Of van een ladder zou vallen. Of, nou ja, wat ook maar. En na bijna 90 jaar is het een stomme kliko die haar de das om doet.

In die twee dagen en daarna zijn tranen gevloeid maar gelukkig hebben we ook kunnen lachen om de voorbeelden van moeders eigenzinnigheid. De familieband, van nature goed, is sterker geworden. Vandaag, precies een week na het ongeval, hebben we de begrafenis gehad en dat is goed geweest. We blikken vooruit of in ieder geval proberen dat te doen. Over een paar weken zou moeder 90 zijn geworden, het feest was al gepland. We laten het maar doorgaan, alleen noemen het geen feest meer. Er zullen nog genoeg momenten zijn die de gedachten terug laten gaan: het opruimen van haar kleding, de snuisterijen verdelen of weggooien… Ik vind dat ik daar nuchter in ben of is dat verbeelding?
Zo’n gebeurtenis, als het derden betreft, is niet meer dan een krantenbericht van 1 kolom en 10 regels. Als het jezelf treft schudt het je leven ruw door elkaar.









Geef een reactie